De Wet civielrechtelijk bestuursverbod voorziet kort gezegd in de mogelijkheid voor de rechtbank om in geval van faillissement een (oud-)bestuurder of feitelijk beleidsbepaler van een rechtspersoon voor maximaal vijf jaar te verbieden een bestuursfunctie of een functie als commissaris te bekleden.
In a recent judgment, the Supreme Court ruled that if a company acting in its capacity as director of another company is liable based on a wrongful act (onrechtmatige daad), Dutch law provides that the natural persons who were acting as directors of that director-company at the time the liability arose are jointly and severally liable.
Ondernemingen die boven bepaalde omzetdrempels uitkomen mogen niet fuseren voordat de ACM daartoe toestemming heeft gegeven (dit geldt ook voor overnames en oprichting van een gemeenschappelijke onderneming). Op dit moment mogen de ondernemingen zelf bepalen wanneer zij fuseren na de toestemming van de ACM. Als het aan de minister van Economische zaken ligt komt daar een einde aan: ondernemingen moeten binnen één jaar na die toestemming de fusie voltrekken. Dat staat in een wetsvoorstel dat de minister op 1 september jl. |
CIVIEL Executierechter bevoegd om te beoordelen of dwangsommen zijn verbeurd |
Op 2 juni 2017 heeft de Hoge Raad bepaald dat het adviesrecht van de ondernemingsraad in beginsel ook van toepassing is in faillissementen. De curator zal daarom de ondernemingsraad in beginsel in de gelegenheid moeten stellen om zich over een voorgenomen doorstart uit te laten.
Hierna volgt een korte bespreking van een arrest dat met name van belang is voor de praktijk. Een praktijk waarin curatoren steeds vaker geconfronteerd worden met ICT-leveranciers die zich opstellen als dwangcrediteuren (ik roep Oilily in herinnering), maar niet onder de reikwijdte van artikl 37b Fw vallen.
De kwaliteit van de debiteurenportefeuille is van belang voor de beoordeling van de vraag of een tussentijds dividendbesluit door de beugel kan. Dat blijkt uit een uitspraak van de Hoge Raad d.d. 23 september 2016.
In november 2016 is door de Hoge Raad bevestigd dat de vernietiging van een faillissement geen effect heeft op door een curator voordien verrichte beschikkingshandelingen. De curator kan rechtshandelingen verrichten tot het moment waarop de vernietiging in kracht van gewijsde is gegaan. Wel dient de curator terughoudend gebruik te maken van zijn bevoegdheden gedurende de periode waarin een vonnis tot faillietverklaring is vernietigd, maar deze vernietiging nog niet onherroepelijk is geworden.
Juridisch kader