In een uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 28 april 2016 wordt één van de (middellijk) bestuurders van bouw- en sloopbedrijf Hildon Bouwservice B.V. (hierna: “Hildon”) veroordeeld om het tekort in de boedel te voldoen. Het beroep op disculpatie van de bestuurder faalt, omdat hij (kort gezegd) op de hoogte was van het handelen van zijn medebestuurder (tevens broer) en onvoldoende maatregelen heeft genomen om (de gevolgen van) de onbehoorlijke taakvervulling af te wenden.
The District Court of Oost-Brabant: At the time of collection, if a trustee in bankruptcy has collected enforcement proceeds from receivables pledged under an undisclosed right of pledge over receivables, the pledgee of the undisclosed right of pledge remains entitled to claim such proceeds from the trustee in bankruptcy, provided it has not collected the proceeds in its capacity as representative of the insolvent pledgor. The claim, however, only applies to proceeds which have been paid directly into the liquidation account.
In a recent judgment the Dutch Supreme Court ruled that the holder (an "Estate Claim Pledgee") of a right of pledge (an "Estate Claim Pledge") which secures one or more estate claims (each, a "Secured Estate Claim") is entitled to satisfy such claims out of the proceeds resulting from enforcement of such right of pledge ("Estate Claim Pledge Enforcement Proceeds") during the pledgor's bankruptcy provided that the claims have arisen from a legal relationship having come into existence prior to the bankruptcy.
Dutch Supreme Court 15 April 2016 (ECLI:NL:HR:2016:665)
In a recent judgment, the Dutch Supreme Court ruled that a party who purchases and accepts the transfer of moveable assets subject to a retention of title acquires a right of conditional ownership with respect to those moveable assets and has the power to create an unconditional right of pledge over such right of conditional ownership.
De verjaringstermijn van na faillietverklaring vervallende rentevorderingen neemt pas een aanvang na het eindigen van het faillissement. Dat heeft de Hoge Raad op 24 juni 2016 geoordeeld in het arrest Boele's Scheepswerven II. Schuldeisers hoeven de verjaring van rentevorderingen gedurende een (eerste) faillissement dan ook niet te stuiten.
Summary
In its judgment Rabobank/Reuser of 3 June 2016, the highest court of justice in the Netherlands (Hoge Raad or Supreme Court) ruled that:
Na jarenlange onduidelijkheid heeft de Hoge Raad op 3 juni 2016 geoordeeld dat op goederen die onder eigendomsvoorbehoud zijn geleverd een geldig pandrecht kan worden gevestigd. Dit is goed nieuws voor ondernemers.
Heineken heeft een bedrijfspand verhuurd aan LEF met als bestemming discotheek. LEF heeft aan Heineken een (bezitloos) pandrecht verschaft op onder andere de bedrijfsinventaris. Op 13 april 2011 heeft de belastingdienst executoriaal beslag gelegd op de bedrijfsinventaris van LEF. Op 31 mei 2011 is LEF in staat van faillissement verklaard. De curator heeft de huur van het bedrijfspand laten voortduren om een doorstart van LEF mogelijk te maken.
Click here to view the image
Op 20 april jl. oordeelde de Rechtbank Amsterdam dat de reclame hiernaast geen inbreuk maakt op de Benelux merken van winkelketen Blokker en ook geen onrechtmatige daad oplevert.
Op 1 juli 2016 treedt de Wet civielrechtelijk bestuursverbod in werking. Deze wet is samen met de Wet herziening strafbaarstelling faillissementsfraude gericht op het bestrijden van faillissementsfraude. De Wet civielrechtelijk bestuursverbod zorgt ervoor dat de artikelen 106a tot en met 106e aan de Faillissementswet worden toegevoegd en tracht te voorkomen dat in een eerder stadium frauderende bestuurders hun activiteiten voortzetten door simpelweg een nieuwe vennootschap op te richten.