Nu de verkoop van de inventaris meer dan een jaar voor het faillissement heeft plaatsgevonden, is het bewijsvermoeden van art. 43 Fw niet van toepassing. De stelplicht en de bewijslast ten aanzien van het paulianeus handelen rusten dan ook op de curator. De enkele omstandigheid dat het niet goed ging met de onderneming, betekent nog niet dat op dat moment te voorzien was dat een faillissement onafwendbaar was.
Op 2 juni 2017 heeft de Hoge Raad bepaald dat het adviesrecht van de ondernemingsraad in beginsel ook van toepassing is in faillissementen. De curator zal daarom de ondernemingsraad in beginsel in de gelegenheid moeten stellen om zich over een voorgenomen doorstart uit te laten.
CIVIEL
Omzetting surseance financieringsdochters Oi houdt stand
The acknowledgement of a claim interrupts the five years’ prescription period for claims for payment (art. 3:318 DCC). On 21 April 2017, the Dutch Supreme Court answered the question whether the conduct of one company can qualify as the acknowledgement of a claim by another company (ECLI:NL:HR:2017:755).
In a recent judgment, the Supreme Court ruled that if a company acting in its capacity as director of another company is liable based on a wrongful act (onrechtmatige daad), Dutch law provides that the natural persons who were acting as directors of that director-company at the time the liability arose are jointly and severally liable.
Ondernemingen die boven bepaalde omzetdrempels uitkomen mogen niet fuseren voordat de ACM daartoe toestemming heeft gegeven (dit geldt ook voor overnames en oprichting van een gemeenschappelijke onderneming). Op dit moment mogen de ondernemingen zelf bepalen wanneer zij fuseren na de toestemming van de ACM. Als het aan de minister van Economische zaken ligt komt daar een einde aan: ondernemingen moeten binnen één jaar na die toestemming de fusie voltrekken. Dat staat in een wetsvoorstel dat de minister op 1 september jl. |
Grotere ondernemingen, dat wil zeggen ondernemingen waarin 50 personen of meer werkzaam zijn, zijn verplicht tot het instellen van een ondernemingsraad. Die ondernemingsraad komt op voor de belangen van de werknemers van de onderneming. Daartoe heeft de ondernemingsraad bijzondere wettelijke bevoegdheden, waaronder de bevoegdheid om advies uit te brengen aan de ondernemer over een voorgenomen besluit tot verkoop en overdracht van de onderneming of een onderdeel daarvan. De wettelijke bevoegdheid is neergelegd in de Wet op de Ondernemingsraden.
Op 26 mei 2016 oordeelde de Ondernemingskamer (OK) dat de curator in het faillissement van drogisterijketen DA Retailgroep (DA) de OR niet om advies hoefde te vragen over de doorstart van het bedrijf. Afgelopen vrijdag 2 juni 2017 maakte de Hoge Raad korte metten met deze uitspraak.
Wat was er aan de hand?