In its judgment dated 2 September 2014, the Court of Appeal in The Hague ruled that moveable assets obtained subject to a retention of title (eigendomsvoorbehoud) should be considered future assets, and that ownership of such assets will be acquired after satisfaction of the relevant condition precedent (typically, full payment of the purchase price). A right of pledge over future assets created in advance will not be valid if the pledgor goes bankrupt before acquiring ownership of such assets.
In a judgment dated 20 March 2015, the Dutch Supreme Court ruled that all banks and intermediaries involved in the execution of a bank transfer, including the bank responsible for recording receipt of the bank transfer into the account held with it by the payee, qualify as parties whose services are directly or indirectly used by the payor in connection with the bank transfer.
Een failliet bedrijf kan aanlopen tegen handhavingsacties van bestuursorganen. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan verontreiniging van gronden onder een industrieel bedrijf, waartegen het bestuursorgaan optreedt door oplegging van lasten met sanering van de gronden als doel. Het bestuursorgaan komt dan de curator als beheerder van de boedel tegen. Kunnen bestuursorganen die bevoegd zijn om tegen bepaalde overtredingen op te treden nu de curator aanspreken tot naleving van de wettelijke verplichtingen ten aanzien van de milieuverontreiniging die voorheen op de onderneming rustten?
It is a well understood legal requirement that any time security is granted, it needs to be registered. Failure to register collateral granted as security according to the requirements of the Personal Property Securities Act 2009 (Cth) can result in the property vesting in the company in administration or liquidation. However in certain circumstances the court may make an order extending the time for registration, even after an insolvency event in respect of the grantor.
In Van Wijk (Trustee), in the matter of Power Infrastructure Services Pty Ltd v Power Infrastructure Services Pty Ltd [2014] FCA 1430, the Federal Court considered whether it was appropriate to appoint provisional liquidators to a company on the just and equitable ground in circumstances where a winding up application is on foot. Senior Associate, Sarah Drinkwater and Associate, Tim Logan, discuss the case and its implications.
The application
In October, we issued an Insolvency Newsflash with respect to the decision in Re: Joe & Joe Developments Pty Ltd (subject to a Deed of Company Arrangement) [2014] NSWSC 1444. On 1 December 2014, a further judgement was handed down by the Supreme Court of New South Wales (Re: Joe & Joe Developments Pty Ltd (subject to a Deed of Company Arrangement) [2014] NSWSC 1703), which considered additional matters and included orders for costs.
The decision In the matter of CGH Engineering Pty Ltd [2014] NSWSC 1132 handed down by Justice Brereton early in 2014 required the Court to answer an interesting and novel question - is the statutory derivative action available during a voluntary administration?
The statutory derivative action
Binnen het Wetgevingsprogramma Herijking Faillissementsrecht worden wijzigingen van het faillissementsrecht voorbereid. Het wetgevingsprogramma bestaat uit drie pijlers, te weten (i) fraudebestrijding; (ii) versterking van het reorganiserend vermogen van bedrijven; en (iii) modernisering van het faillissementsrecht. Wij noemen in deze Update enkele maatregelen waarop al concreet zicht bestaat.
In het kader van het wetgevingsprogramma herijking faillissementsrecht is op 1 september 2014 het wetsvoorstel civielrechtelijk bestuursverbod ingediend bij de Tweede Kamer. Dit wetsvoorstel voorziet in de mogelijkheid om in geval van faillissement een (oud-)bestuurder of feitelijk beleidsbepaler van een rechtspersoon voor maximaal vijf jaar te verbieden een bestuursfunctie of functie als commissaris te bekleden binnen een rechtspersoon.
Het komt helaas voor dat een subsidieontvanger failliet gaat. Vanuit beleidsmatig oogpunt is het vaak wenselijk dat het gesubsidieerde, nog lopende project kan worden afgerond. Vanuit juridisch oogpunt is het echter de vraag of, en zo ja onder welke voorwaarden, de subsidie kan worden overgenomen door een derde die het project wil voortzetten. Zeker als de subsidie is verleend na een zogenaamde tenderprocedure, is het de vraag in hoeverre een subsidieverleningsbesluit nog gewijzigd kan worden.