Last week, the Cayman Islands Court of Appeal handed down its judgment in Weavering Macro Fixed Income Fund Limited (in Liquidation) (the "Fund") v Stefan Peterson and Hans Ekstrom (the "Directors"). The appeal from the first instance decision was allowed and the Grand Court's order of 26 August 2011 was set aside.
Binnen het Wetgevingsprogramma Herijking Faillissementsrecht worden wijzigingen van het faillissementsrecht voorbereid. Het wetgevingsprogramma bestaat uit drie pijlers, te weten (i) fraudebestrijding; (ii) versterking van het reorganiserend vermogen van bedrijven; en (iii) modernisering van het faillissementsrecht. Wij noemen in deze Update enkele maatregelen waarop al concreet zicht bestaat.
In het kader van het wetgevingsprogramma herijking faillissementsrecht is op 1 september 2014 het wetsvoorstel civielrechtelijk bestuursverbod ingediend bij de Tweede Kamer. Dit wetsvoorstel voorziet in de mogelijkheid om in geval van faillissement een (oud-)bestuurder of feitelijk beleidsbepaler van een rechtspersoon voor maximaal vijf jaar te verbieden een bestuursfunctie of functie als commissaris te bekleden binnen een rechtspersoon.
Het komt helaas voor dat een subsidieontvanger failliet gaat. Vanuit beleidsmatig oogpunt is het vaak wenselijk dat het gesubsidieerde, nog lopende project kan worden afgerond. Vanuit juridisch oogpunt is het echter de vraag of, en zo ja onder welke voorwaarden, de subsidie kan worden overgenomen door een derde die het project wil voortzetten. Zeker als de subsidie is verleend na een zogenaamde tenderprocedure, is het de vraag in hoeverre een subsidieverleningsbesluit nog gewijzigd kan worden.
On 26 November 2014 the Judicial Committee of the Privy Council (the "Privy Council") handed down its judgment in the appeal brought by Stichting Shell Pensioenfonds ("Shell") against the joint liquidators of Fairfield Sentry Ltd ("Fairfield Sentry") (the "Liquidators"), the largest feeder fund to Bernard L. Madoff Investment Securities LLC ("BLMIS").1
On 10 November 2014, the Privy Council handed down its decision in Singularis Holdings Limited v PricewaterhouseCoopers1, together with its decision in a related case, PricewaterhouseCoopers v Saad Investments Company Limited2, both on appeal from the Court of Appeal in Bermuda. The decision provides guidance on the application of the principle of modified universalism.
Until now legal entities serving as board members, directors, or liquidators of companies could choose whether to subject themselves to VAT for the services they rendered. But according to the Belgian VAT administration’s published decision ET.125.180 on 20 November 2014, this optional regime will be abolished from 1 January 2015, making these entities liable for VAT mandatorily.
Op 1 september jl. is het wetsvoorstel Wet civielrechtelijk bestuursverbod bij de Tweede Kamer ingediend. De belangrijkste punten in het voorstel zijn:
A recent decision1 from the Grand Court of the Cayman Islands demonstrates a flexible use of the scheme of arrangement process to achieve a commercial resolution of an application to remove the SPhinX Group's joint official liquidators ("JOLs").
Op 11 juli 2014 heeft de Hoge Raad bepaald dat vorderingen van een huurder tot het verrichten van onderhoud en tot het verschaffen van huurgenot op zichzelf steunvorderingen kunnen opleveren bij een faillissementsaanvraag (ECLI:NL:HR:2014:1681).