Het einde van 2014 nadert met rasse schreden. Om een liquidatie, juridische fusie of splitsing voor het einde van het jaar te voltooien, dienen bepaalde termijnen in acht te worden genomen. Hieronder treft u een procesbeschrijving van deze frequent gebruikte herstructureringsinstrumenten aan.
Fusie / splitsing
Op grond van artikel 265, §2 van het Wetboek van Vennootschappen kunnen zaakvoerders van een failliete bvba persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld voor verschuldigde sociale bijdragen. Met zaakvoerders wordt bedoeld alle personen die werkelijke bestuursbevoegdheid hebben gehad in de vennootschap.
Op 3 september 2014 heeft de regering een wetsvoorstel (het ‘Wetsvoorstel”) ingediend waardoor een bestuursverbod kan worden opgelegd voor maximaal 5 jaar aan bij faillissement betrokken personen aan wie een verwijt kan worden gemaakt voor de oorzaak van dat faillissement.
Inleiding
Op dit moment bestaat er al een aantal civielrechtelijke instrumenten om fraude of wanbeleid bij rechtspersonen aan te pakken zoals:
In een recente uitspraak heeft het Hof Den Bosch een nadere uitwerking gegeven van de werking van artikel 61 van de Faillissementswet (“Fw”), die van belang is voor ondernemers die gehuwd zijn na het maken van huwelijkse voorwaarden (Hof Den Bosch 12 augustus 2014, GHSHE:2014:2773).
Huwelijkse voorwaarden en faillissement
Ethias a bénéficié en 2009 d’une recapitalisation de 1,5 milliard EUR dans le contexte de la crise financière qui a engendré de graves problèmes de solvabilité et de liquidités pour ce groupe d’assurances belge. La recapitalisation a été effectuée par Vitrufin, un véhicule public d’investissements de l’Etat fédéral et des Régions flamande et wallonne.
Le droit de la faillite au Grand-Duché de Luxembourg est actuellement régi par les articles 437 et suivants du Code de Commerce et s’inspire en grande partie du droit et de la jurisprudence belges. La législation applicable en matière de faillite n’a cependant que très peu évolué depuis 1935. Le législateur luxembourgeois, au vu du nombre croissant de faillites prononcées ces dernières années, avait d’ores et déjà tenté de réformer ce droit par l’introduction d’un projet de loi en 2003, resté cependant lettre morte.
Le créancier d’une société déclarée en faillite doit effectuer une déclaration de créances auprès du greffe du tribunal de commerce qui a déclaré la faillite en mentionnant le montant de sa créance et le privilège éventuel dont il peut se prévaloir. Dans l’hypothèse où le produit de la réalisation des actifs de la société faillie/en liquidation est suffisant, ce privilège permettra de récupérer à l’issue de la procédure de faillite un éventuel dividende.
Het Hof van Justitie heeft geoordeeld dat onder de werkingssfeer van de Insolventieverordening niet alleen situaties vallen die verband houden met twee of meer lidstaten; een dergelijke algemene en absolute voorwaarde voor de toepassing van de Insolventieverordening zou de doelstelling hiervan immers voorbij schieten en een efficiënte en doeltreffende afwikkeling van insolventieprocedures in het gedrang brengen.
After five years of litigation, on 3 April 2014, the US Department of Justice entered into a settlement agreement with Kerr-McGee Corporation and its parent company, Anadarko Petroleum (“Kerr-McGee”). This agreement requires Kerr-McGee to pay $5.15 billion in order to compensate for its environmental and tort liabilities of the past 85 years.
This agreement came after the 12 December 2013 judgment of the US Bankruptcy Court for the Southern District of New York in Tronox Inc., et al., v. Kerr-McGee Corp., et al. (In re Tronox Inc.), 503 B.R. 239 (Bankr. S.D.N.Y. 2013).
On March 7, 2014 the Spanish Government approved the Royal Decree Law 4/2014 adopting urgent measures on debt refinancing and restructuring ("Real Decreto-ley 4/2014, de 7 de marzo, por el que se adoptan medidas urgentes en material de refinanciación y reestructuración de deuda empresarial" or "RDL 4/2014").