Een failliet bedrijf kan aanlopen tegen handhavingsacties van bestuursorganen. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan verontreiniging van gronden onder een industrieel bedrijf, waartegen het bestuursorgaan optreedt door oplegging van lasten met sanering van de gronden als doel. Het bestuursorgaan komt dan de curator als beheerder van de boedel tegen. Kunnen bestuursorganen die bevoegd zijn om tegen bepaalde overtredingen op te treden nu de curator aanspreken tot naleving van de wettelijke verplichtingen ten aanzien van de milieuverontreiniging die voorheen op de onderneming rustten?
A recent court ruling highlights the need for robust governance practices for nonprofits, particularly those facing financial difficulties. The Third Circuit Court of Appeals affirmed a jury’s award of $2.25 million in compensatory damages against former directors and officers of a bankrupt nonprofit corporation - personal liability for breach of fiduciary duties and “deepening insolvency.”1 The court also affirmed punitive damages against the officer defendants, but vacated the award of punitive damages against the director defendants.
Binnen het Wetgevingsprogramma Herijking Faillissementsrecht worden wijzigingen van het faillissementsrecht voorbereid. Het wetgevingsprogramma bestaat uit drie pijlers, te weten (i) fraudebestrijding; (ii) versterking van het reorganiserend vermogen van bedrijven; en (iii) modernisering van het faillissementsrecht. Wij noemen in deze Update enkele maatregelen waarop al concreet zicht bestaat.
In het kader van het wetgevingsprogramma herijking faillissementsrecht is op 1 september 2014 het wetsvoorstel civielrechtelijk bestuursverbod ingediend bij de Tweede Kamer. Dit wetsvoorstel voorziet in de mogelijkheid om in geval van faillissement een (oud-)bestuurder of feitelijk beleidsbepaler van een rechtspersoon voor maximaal vijf jaar te verbieden een bestuursfunctie of functie als commissaris te bekleden binnen een rechtspersoon.
Het komt helaas voor dat een subsidieontvanger failliet gaat. Vanuit beleidsmatig oogpunt is het vaak wenselijk dat het gesubsidieerde, nog lopende project kan worden afgerond. Vanuit juridisch oogpunt is het echter de vraag of, en zo ja onder welke voorwaarden, de subsidie kan worden overgenomen door een derde die het project wil voortzetten. Zeker als de subsidie is verleend na een zogenaamde tenderprocedure, is het de vraag in hoeverre een subsidieverleningsbesluit nog gewijzigd kan worden.
Until now legal entities serving as board members, directors, or liquidators of companies could choose whether to subject themselves to VAT for the services they rendered. But according to the Belgian VAT administration’s published decision ET.125.180 on 20 November 2014, this optional regime will be abolished from 1 January 2015, making these entities liable for VAT mandatorily.
On Monday, November 17, 2014, the United States Supreme Court agreed to decide a critical issue for mortgage lenders and secondary market investors, whether Section 506(d) of the Bankruptcy Code allows a Chapter 7 debtor to “strip off” a junior mortgage lien when the outstanding senior debt exceeds the current value of the senior lien. Bank of America, N.A. v. Caulkett, No. 13-1421, 2014 WL 2207208 (U.S. Nov. 17, 2014); Bank of America, N.A. v. Toledo-Cardona, No. 14-163, 2014 WL 3965212 (U.S. Nov. 17, 2014).
Contexte
En février 2012, la fermeture des hauts fourneaux de Florange divise la classe politique. Le président François Hollande s’engage alors à ce que désormais tout société voulant mettre fin à son activité en France soit soumise à l’obligation de rechercher un repreneur.
Background
In February 2012, following the highly political closing of the Florange site, a steel production plant, President François Hollande vowed that going forward any company wanting to close down its operations in France would have an obligation to first look for a purchaser.
Op 1 september jl. is het wetsvoorstel Wet civielrechtelijk bestuursverbod bij de Tweede Kamer ingediend. De belangrijkste punten in het voorstel zijn: