Summary
The United States Bankruptcy Court for the District of Connecticut recently examined a question at the heart of an existing circuit split regarding the consequences of trademark license rejection in bankruptcy: can a trademark licensee retain the use of a licensed trademark post-rejection? In re SIMA International, Inc., 2018 WL 2293705 (Bankr. D. Conn. May 17, 2018).
On February 27, 2018, the United States Supreme Court resolved a circuit split regarding the proper application of the safe harbor set forth in section 546(e) of the Bankruptcy Code, a provision that prohibits the avoidance of a transfer if the transfer was made in connection with a securities contract and made by or to (or for the benefit of) certain qualified entities, including a financial institution.
The Court of Appeals for the Ninth Circuit recently held that section 1129(a)(10) of the Bankruptcy Code – a provision which, in effect, prohibits confirmation of a plan unless the plan has been accepted by at least one impaired class of claims – applies on “per plan” rather than a “per debtor” basis, even when the plan at issue covers multiple debtors. In re Transwest Resort Properties, Inc., 2018 WL 615431 (9th Cir. Jan. 25, 2018). The Court is the first circuit court to address the issue.
De fiscale wetgever heeft in het kader van het Belastingplan 2018 voorgesteld om artikel 17 lid 2 Invorderingswet 1990 (hierna: “IW 1990”) te laten vervallen. Indien dit voorstel daadwerkelijk wordt ingevoerd, dan zou dit betekenen dat aan het verzet tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel van de Ontvanger niet langer schorsende werking toekomt. Dit kan grote gevolgen hebben voor uw onderneming.
In een uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 28 april 2016 wordt één van de (middellijk) bestuurders van bouw- en sloopbedrijf Hildon Bouwservice B.V. (hierna: “Hildon”) veroordeeld om het tekort in de boedel te voldoen. Het beroep op disculpatie van de bestuurder faalt, omdat hij (kort gezegd) op de hoogte was van het handelen van zijn medebestuurder (tevens broer) en onvoldoende maatregelen heeft genomen om (de gevolgen van) de onbehoorlijke taakvervulling af te wenden.
Na jarenlange onduidelijkheid heeft de Hoge Raad op 3 juni 2016 geoordeeld dat op goederen die onder eigendomsvoorbehoud zijn geleverd een geldig pandrecht kan worden gevestigd. Dit is goed nieuws voor ondernemers.
Indien een jaarrekening wordt vastgesteld conform de vereenvoudigde procedure (zoals neergelegd in artikel 2:210 BW lid 5 BW), dan geldt een afwijkende (kortere) termijn van elf maanden en acht dagen voor het vaststellen en publiceren van de jaarrekening. Het tijdig publiceren van de jaarrekening na haar vaststelling is van belang voor bestuurders van een vennootschap om te voorkomen dat zij ingeval van faillissement door de curator aansprakelijk worden gesteld wegens onbehoorlijk bestuur ex artikel 2:248 lid 2 BW.